Eerlijke Flex

////Schijnzelfstandigheid is geen issue voor B.V. N...

JuridischSchijnzelfstandigheid is geen issue voor B.V. Nederland

Mr. Tjako Streeflanddirecteur Taxpartners

Schijnzelfstandigheid is geen issue voor B.V. Nederland

Het is vandaag de dag schering en inslag, de media staan er bol van: de schijnzelfstandige. ‘Fiscus jaagt op schijnzelfstandige. Belastingdienst pakt schijnzelfstandigheid aan, einde schijnzelfstandige is in zicht.’ De schijnzelfstandige bevindt zich bepaald niet onder een gunstige gesternte.

Wanneer spreken we over een schijnzelfstandige?  In de literatuur worden schijnzelfstandigen omschreven als ‘mensen die in feite werknemers zijn, maar zich ten onrechte de status van zelfstandige aanmeten, omdat in werkelijkheid hun prestaties worden uitgeoefend op de wijze van werknemers verbonden door een arbeidsovereenkomst.’ Anders gezegd: iemand die formeel de status zzp'er geniet, maar in de praktijk eigenlijk gewoon in dienstbetrekking is.

Belastingdienst wil schijnzelfstandigheid aanpakken

De Belastingdienst heeft aangegeven dit jaar ruim €100 miljoen uit te geven aan het aanpakken van schijnzelfstandigen. Deze groep doet volgens de fiscus ten onrechte een beroep op fiscale faciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling.

Vanwaar die belangstelling van politiek Den Haag voor de aanpak van schijnzelfstandigheid? Er wordt immers flink de portemonnee getrokken om een halt toe te roepen aan de schijnzelfstandige. Het komt mij zinvol voor om als wetgever voor alles eerst de omvang van de problematiek helder in kaart te brengen, alvorens met zulk een zwaar geschut de veronderstelde schijnzelfstandigheid onder vuur te nemen.

Omvang schijnzelfstandigheid is niet scherp te stellen

In opdracht van het ministerie van Economische Zaken is in 2013 de aard en omvang van schijnzelfstandigheid in ons land onderzocht. Het breed gehouden onderzoek bestond uit een enquête onder zzp’ers, interviews met vertegenwoordigers van organisaties van zzp’ers, deskundigen en relevante instanties, literatuuronderzoek inclusief statistische gegevens en een expertmeeting.

In de conclusie van dit onderzoek staan lezenswaardige passages. Zo kwamen de onderzoekers tot de gevolgtrekking dat de klassieke scheiding tussen zzp’ers en werknemers niet scherp te stellen is op basis van een eenduidige set van economische en/of juridische criteria. Er is geprobeerd om, op basis van de verzamelde gegevens van zzp’ers, schijnzelfstandigheid nader af te bakenen.

Uit de gedane analyse blijkt dat situaties van schijnzelfstandigheid voorkomen, maar veelal van tijdelijke aard zijn en samenhangen met specifieke kenmerken van branches. Het ontbreken van samenhang tussen de verschillende criteria wijst er op dat gemiddeld slechts aan een beperkt aantal van de relevante criteria voor schijnzelfstandigheid wordt voldaan. Het op structurele basis in een schijnconstructie werkzaam zijn, komt slechts incidenteel voor aldus het onderhavige onderzoek.

De omvang van schijnzelfstandigheid is om die reden niet nauwkeurig vast te stellen.

57,5% van belastingopbrengst komt uit belasting op arbeid

Beschouw overigens de aanpak van schijnzelfstandigheid eens in het licht van een telkens terugkerende discussie. Voor de houdbaarheid én concurrerend blijven van ons belastingstelsel moet de belasting op arbeid omlaag en die van kapitaal omhoog. Onlangs kwam uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) naar voren dat Nederland relatief veel belasting heft op arbeid en dat de belasting op kapitaal weinig oplevert voor de schatkist. Maar liefst 57,5% van de totale belastingrevenuen komen voort uit belastingen op arbeid. Daarmee staat Nederland binnen de EU bijna bovenaan (na Zweden).  Schatkist technisch is er klaarblijkelijk ook een belang om het aandeel van de belastingen op arbeid binnen het geheel van belastingopbrengsten niet in gevaar te brengen. Het kabinet is dan ook van mening dat schijnzelfstandigheid negatieve repercussies heeft voor de overheidsfinanciën.

Rijk palet aan arbeidsrelaties op de arbeidsmarkt

Het ontmoet natuurlijk geen bezwaar om paal en perk te stellen aan sociale misstanden, echter bestaat de kans nu dat er met een kanon op een mug wordt geschoten. De  proportionaliteit van de maatregelen ter bestrijding van schijnzelfstandigheid is dan ver te zoeken. Het strikte onderscheid dat wordt gemaakt tussen werknemers in loondienst enerzijds en echte zelfstandigen anderzijds is veel te zwart wit en doet geen recht aan het rijke palet aan arbeidsrelaties op de huidige arbeidsmarkt. Alsof iedere werkgever in staat is om zijn werknemers te transformeren in zzp’ers!  Er bestaat immers al regelgeving op dit terrein die daar een wettelijke stok voor steekt.

Esse quam videri

Hoe dat ook zij, bij de aanpak van schijnzelfstandigheid dient het adagium esse quam videri (liever zijn dan schijnen) voor ogen gehouden te worden.  Schijnzelfstandigheid zelve en niet de schijn van schijnzelfstandigheid moet centraal staan. En laten we wel wezen: schijn en werkelijkheid is een vraagstuk waar de filosofie zich al een paar duizend jaar mee bezighoudt. Doe als overheid dan ook niet aan zelfoverschatting door te denken de schijnzelfstandigheid met een contemporaine beleidsvisie uit de wereld te kunnen helpen.

Mr Tjako Streefland is fiscaal jurist, en directeur van Taxpartners. Naast zijn fiscale advieswerk, is hij vaste columnist bij Accountancy Vanmorgen.

Terug naar het overzicht

Reageer