Eerlijke Flex

////De 4e Industriële Revolutie en de gevolgen voor...

De 4e Industriële Revolutie en de gevolgen voor flex/werk

Wim Davidse

Toekomstverteller

De 4e Industriële Revolutie en de gevolgen voor flex/werk

Het is oktober en we laten de late, fraaie zomer van 2016 langzaam maar zeker achter ons. Maar op de arbeidsmarkt is ’t hoogseizoen: het aantal werkzame personen is al 7 kwartalen op rij gegroeid, na een krimpperiode van maarliefst 10 kwartalen. De werkloosheid is daarom alweer gedaald van 7,9% begin 2014 naar 5,9% afgelopen zomer. Inmiddels ontstaat er zelfs alweer krapte op delen van de arbeidsmarkt. Onder hoogopgeleiden is de werkloosheid nog maar 4,5%.  En van de 25- tot 35-jarige hoogopgeleiden is zelfs nog maar 3,7% werkloos. Dat klinkt als 2007-2008! De vraag naar technici en ict’ers is hoger dan het aanbod aankan. (Onder laagopgeleiden was de werkloosheid nog bijna 12,5 %!) En de verwachting is dat de economie en daarmee de vraag van organisaties naar arbeidskrachten voorlopig op een beheerst tempo verder groeien.

Maar onder de oppervlakte van die schijnbaar rustig-positieve ontwikkeling rommelt het. We staan aan de vooravond van de 4e Industriële Revolutie (sommigen spreken van de 3e Industriële Revolutie, of van de 2nd Machine Age – de boodschap is: revolutie). Technologische ontwikkelingen en twee andere grote krachten zullen samen uitmonden in een enorme transformatie. Eerst ‘de’ technologie. Dankzij het draadloze mobiele internet in de cloud, digitalisering, de smartphone, wearables en andere sensoren gaan technologieën als big data, machine learning, internet of things, kunstmatige intelligentie, augmented reality, robotisering, chat, virtual assistants en automation enorme impact hebben op alle facetten van onze businessmodellen en de organisatie en van ons werk & privé. Vraag maar eens aan Siri wat zij ervan vindt. Tegelijk groeit het aantal technologische innovaties op de terreinen van de circulaire (waaronder ook de deeleconomie kan worden geschaard) en de bio-based economie. In de afgelopen vijf jaar hebben we de eerste ‘disruptors’ en gesneuvelden al gezien – Amazon, Apple, Facebook, Google, Uber, Nokia, Kodak, V&D, Oad – en dit is pas het begin.

Globalisering

De tweede belangrijke kracht is globalisering. De afgelopen decennia zijn steeds meer landen deel gaan nemen aan de wereldeconomie en de wereldhandel. Daardoor zijn grotere buitenlandse markten ontstaan naast grotere concurrentie en goede mogelijkheden voor outsourcing: er ontstonden enorme, complexe waardeketens, sterke groei, lagere kosten en prijzen en hogere winsten. Die globalisering gaat, onder druk van de toegenomen geopolitieke onrust, het gegroeide zelfbewustzijn van steeds meer landen, de grote nationale structuurverschillen en de nieuwe technologische mogelijkheden, een andere, meer multipolaire / multiregionale en minder groeibevorderende vorm krijgen.

Individualisering

Tot slot de derde ingrijpende kracht: de individualisering. Dankzij de toenemende toegang tot en transparantie van alles en de gegroeide welvaart en kennis zijn mensen – burgers, consumenten en werk-/opdrachtnemers in één – zelfbewuster geworden. Ze willen zelfstandigheid, erbij horen, meedoen, meedenken, mee creëren, betrokken worden, vermaakt worden, verwend worden, persoonlijk behandeld, in hun kracht gezet, verrast en uitgedaagd worden. Privé/werk-balans, zelfsturing, variatie, groeien, een missie en betekenisvol zijn en dit alles 24/7/52. ‘Het’ middensegment verdwijnt, iedereen wordt z’n eigen, veeleisende midden-niche. De wereldbevolking van nu 7,3 miljard mensen zal nog groeien naar 9 miljard in 2050. Maar Europa zal krimpen van 743 miljoen naar 709 miljoen mensen, met een 15% kleiner wordende beroepsbevolking. Want het aantal 70plussers ontploft van 91 naar 145 miljoen, dus van 12% van de Europese bevolking naar 20%, terwijl tegelijk het aantal jongeren langzaam maar zeker zal afnemen van 117 naar 109 miljoen. Nederland doet mee in die Europese ontwikkeling van krimpende, vergrijzende bevolking.

Groeit of krimpt de werkgelegenheid?

Natuurlijk hebben deze drie enorme krachten een revolutionaire impact op ons werk en hoe we organiseren. Om in te zoomen op werk – zal de werkgelegenheid onder invloed van de technologische ontwikkelingen groeien of krimpen? Werk verschijnt, verandert of verdwijnt. Volgens een raming van het World Economic Forum zal 60% van de mensen die de komende 10 jaar gaan studeren een vak gaan uitoefenen dat nu nog niet bestaat. In Nederland zien we vandaag al dat de werkgelegenheid ongeveer op het niveau van het najaar van 2008 ligt. In het jaar dat de Lehmann Brothers implodeerden en de Grote Recessie uitbrak. Tegelijk zijn er 450.000 meer hoogopgeleiden gaan werken, bijna compleet ten koste van laagopgeleiden. Vooral (vaste) banen in de industrie, in administratieve beroepen, in de agrarische sector en in de logistiek zijn verdwenen. Daar stond groei in de zorg, in de ICT en in dienstverlenende en commerciële beroepen tegenover. De hardst getroffen functie is die van de administratief medewerker: daarvan zijn er sinds de val van Lehmann zo’n 175.000 verdwenen. Die ontwikkelingen zullen (ook wereldwijd) doorzetten. En tegelijk zien we dat in de landen met de grootste robot-dichtheid (Japan, Zuid-Korea en Duitsland) de werkloosheid het laagst is.

Zachte en harde competenties

In ieder geval hebben we in de nieuwe wereld mensen met nieuwe bekwaamheden en andere vaardigheden nodig, mensen met een T-profiel. Enerzijds gaat het om (nieuwe) inhoudelijke vakbekwaamheid (de staande ‘poot’ van de T), anderzijds (de liggende balk van de T) om een set van ‘zachte’ competenties - zoals sociale en creatieve vaardigheden, optimisme en veerkracht – en ‘harde’ competenties, zoals mathematische, analytische en projectmanagement-vaardigheden. Uit onderzoek is gebleken dat zowel die zachte als die harde competenties belangrijker zijn in beroepen die de laatste jaren en decennia zijn ontstaan en belangrijker zijn geworden.

Uitdaging om mensen te vinden en binden

Als we nietsdoen zullen sommige mensen de boot gaan missen, en anderen worden onmisbaar. Er zal simultaan schaarste en overschot bestaan, een kwalitatieve mismatch die nu dus al in de werkloosheidscijfers zichtbaar is, in Nederland en over de hele wereld. Dé sectoren en beroepsgroepen die in ons land de komende jaren onder invloed van de drie grote krachten met krapte zullen worden geconfronteerd: ICT, techniek, bouw, specifieke logistieke beroepen, specialistische financiële beroepen, onderwijs, specialistische zorgberoepen, coachende managers. Maar ook vakkenvullers en verkopers – retailberoepen waar relatief veel jongeren werken en relatief weinig wordt ingezet op binding en aanstekelijk werkgeverschap. Grofweg zal het voor de helft van alle functies moeilijk zijn om goede mensen te vinden en te binden.

Een luide schreeuw om flexibiliteit

Begrijpelijk dat sinds enkele jaren de begrippen disruptie & innovatie en agility & wendbaarheid tot het standaard management-jargon zijn gaan behoren. In een complexe, vaak moeilijk te overzien- en voorspelbare, turbulente wereld klinkt de luide schreeuw om flexibiliteit. Sinds de val van Lehmann is het aantal flexwerkers in ons land, bij een per saldo ongeveer gelijk gebleven werkgelegenheid, met liefst 25% gegroeid. De flexschil, gedefinieerd als alle werknemers zonder vast contract plus uitzendkrachten plus zzp’ers, omvat nu 34% van alle werkenden, toen was dat nog 27%. Inzoomend blijken er enorme verschillen tussen bevolkingsgroepen te bestaan. Van de laagopgeleiden is nu liefst 44% flex (toen: 34%), van de middelbaar opgeleiden 33% (toen: 26%) en van de hoogopgeleiden ‘maar’ 29% (toen: 23%). Sinds eind 2014 lijkt de flexibilisering onder hoogopgeleiden overigens weer wat terug te lopen, terwijl die van middelbaar opgeleiden nog doorgaat en die van laagopgeleiden zelfs stevig groeit. Internationaal gezien hebben wij een grote flexschil en een extreem snelle flex-groei. Flexibilisering lijkt nog de enige logische constante. Afgelopen voorjaar rapporteerde ons CBS over een onderzoek onder al die flexwerkers: 20% doet dat met plezier, 80% niet. Uit onderzoek dat Panteia begin dit jaar publiceerde, blijkt dat innovatieve bedrijven net zoveel en mogelijk zelfs iets minder flexwerkers gebruiken dan andere.

De fundamentele vraag is: pakken we, met deze enorme contractuele flexibiliteit, de gigantische uitdagingen aan die de volgende industriële revolutie ons voorschotelt? Hoe blijven we futureproof met flex? En hoe houden we Nederland en flex futureproof?

 

Terug naar het overzicht

Reageer